U bent hier

“Sociale fraude bestrijden is mensenhandel voorkomen”

17/10/2011 - 00:00

coverJaarverslag Mensenhandel en Mensensmokkel 2010
Het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding toont in dit jaarverslag hoe mensenhandel en mensensmokkel zichzelf verder professionaliseert en in toenemende mate berust op complexe constructies, waardoor het voor de eerstelijndiensten en magistraten steeds moeilijker wordt de verantwoordelijke criminelen en de slachtoffers te detecteren.

Dit jaar focust het jaarverslag op mensenhandel met het oog op economische uitbuiting. Aandacht ligt op het toenemende misbruik dat het vrije verkeer van werknemers binnen de EU ongewild met zich meebrengt (met name frauduleuze detacheringen & schijnzelfstandigen) Binnen dit perspectief wordt de strijd tegen sociale fraude onder de loep genomen. Bijhorende stelling van het Centrum is dat de strijd tegen sociale fraude ook een strijd is tegen mensenhandel en uitbuiting.

" Preventie- en interventiestrategieën op vlak van sociale uitbuitingspraktijken kunnen ervoor zorgen dat mensenhandelaars in snelheid worden gepakt.”, verklaart Jozef De Witte, Directeur van het Centrum.

Illustratie hiervan is het toiletdossier waarbij ernstige situaties van uitbuiting werden vastgesteld langs de autosnelwegen. Dit dossier werd op de conferentie in kaart gebracht door een vertegenwoordiger van de sociale inspectiedienst. Het Centrum heeft zich burgerlijke partij gesteld in deze zaak.

In dit verband verwijzen we meteen naar de verantwoordelijkheid doorheen de hele keten, van opdrachtgever tot onderaannemer(s). Vetrekkend vanuit concrete cases, brengt het Centrum in het rapport chronologisch en stapsgewijs in kaart hoe ‘zelflerende’ constructies in elkaar zitten en doorheen de jaren toenemen in complexiteit.
Het is binnen deze context dat het Centrum opnieuw wijst op het belang van een wetswijziging waardoor opdrachtgevers medeverantwoordelijk kunnen worden gesteld.
Het Centrum prijst binnen dit perspectief de geïsoleerde initiatieven van sommige economische sectoren, maar wijst erop dat deze onvoldoende slagkracht hebben om het fenomeen in zijn geheel doeltreffend te bestrijden. Het Centrum hoopt dat het fenomeen mensenhandel een prioritaire plaats krijgt op de politieke agenda, zodat het in 2003 opgestarte legislatieve werk eindelijk tot resultaten kan leiden.

Naast economische uitbuiting, gaat het rapport ook dit jaar opnieuw dieper in op mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting. Hierbij verwijzen we o.a. naar het Nigeriaans prostitutiedossier te Turnhout, dat ook in verband staat met andere dossiers in Luik. Het Centrum is verheugd met het nieuws dat de strijd tegen seksuele uitbuiting een topprioriteit blijft voor de federale politie. Dit blijkt zowel uit het nieuwe nationale veiligheidsplan als uit de verklaringen van Paul Van Thielen, algemeen commissaris van de federale politie.

Ten slotte werd op de persconferentie de rol van internet als ‘ontmoetingsplaats’ tussen mensenhandelaars en slachtoffers onder de loep genomen. Volgens Wim Bontinck, Chef Mensenhandel van de gerechtelijke federale politie, heeft internet de rekrutering makkelijker gemaakt en zo onrechtstreeks bijdraagt aan de het stijgend aantal gevallen van de mensenhandel.

Eindconclusie is dat mensenhandel en mensensmokkel zich in een fase van toenemende professionalisering bevindt. Een toenemende professionalisering van de strijd tegen mensenhandel, is dan ook de enige oplossing.

Een dergelijke professionele aanpak berust volgens het Centrum op drie pijlers:

  • Eerste pijler: samenwerking tussen de terreinactoren. Doelstelling : de ketenaanpak doorbreken. Op nationaal niveau betekent dit een globale aanpak die het niveau van de individuele arrondissementen overstijgt. Op internationaal niveau betekent dit een betere informatie-uitwisseling en samenwerking tussen de verschillende lidstaten.
  • Tweede pijler: sensibilisering naar werkgeversorganisaties, inspectiediensten en lokale besturen toe. Ook eerstelijnsactoren (vb. Hospitalen) kunnen vanuit hun beroep een rol spelen wat slachtofferdetectie betreft.
  • Derde pijler : de strijd tegen mensenhandel als prioritair beschouwen. “Een doorlopende aandacht voor mensenhandel vanuit het parlement is onontbeerlijk” benadrukt Jozef De Witte, ondermeer verwijzend naar het verrichte werk in de senaat. De strijd tegen mensenhandel moet tegelijk een prioriteit blijven op het niveau van de parketten en auditoraten: “Een constante opvolging en waakzaamheid bij de magistraten is een voorwaarde om mensenhandel binnen elke schakel van de keten doeltreffend te kunnen bestrijden.”