U bent hier

‘Alleen wie de slachtoffers (h)erkent, kan de daders bestrijden’

15/10/2013 – 11:30

(c) France DuboisHet Centrum presenteert zijn ‘Jaarverslag Mensenhandel en Mensensmokkel 2012’

Toen de Europese Unie haar strategie 2012-2016 tegen mensenhandel presenteerde, stelde ze één doelstelling voorop: ‘Slachtoffers herkennen, beschermen en bijstaan.’ Dat hoefde niet te verbazen: mensenhandel is een ernstige schending van de mensenrechten. ‘Toch worden slachtoffers van mensenhandel geregeld misdrijven ten laste gelegd waartoe ze gedwongen zijn, of die het gevolg zijn van hun uitbuitingssituatie’, zegt Jozef De Witte, directeur van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. Daarom focust het Centrum in zijn nieuwe ‘Jaarverslag Mensenhandel en Mensensmokkel’ op de situatie van de slachtoffers.

Om de rechten van die slachtoffers te vrijwaren, en om hun vertrouwen te wekken zodat ze aan het onderzoek tegen de daders zouden meewerken, schuift een Europese richtlijn het zogenoemde niet-bestraffingsbeginsel naar voren. De Witte: ‘Dat beginsel garandeert dat slachtoffers van mensenhandel, ook al hebben ze in die hoedanigheid een misdrijf gepleegd, daarvoor niet worden vervolgd en gestraft. Ze hebben tenslotte niet autonoom gehandeld. Het kan gaan om prostituees die door hun pooiers worden verplicht om bij politiecontrole een valse identiteit te gebruiken, om drugsdealers die worden gerekruteerd onder de valse belofte van een aantrekkelijke job, enzovoort.’

Maar het niet-bestraffingsbeginsel toepassen is niet vanzelfsprekend, heeft het Centrum vastgesteld. ‘In de praktijk speelt de houding van de slachtoffers een rol: dikwijls zijn ze bang om belastende verklaringen af te leggen, of beschouwen ze zichzelf niet als slachtoffer en weigeren alle hulp’, zegt De Witte. ‘Vaak is het ook bijzonder moeilijk om te bepalen of een misdrijf vrijwillig begaan is of vanuit een afhankelijkheidsrelatie met een uitbuiter. Dat gezegd zijnde, hebben eerstelijnsdiensten en magistraten nog onvoldoende de reflex om na te gaan of de dader van een misdrijf niet tegelijk het slachtoffer is van een ander misdrijf – mensenhandel. Gevolg is dat veel slachtoffers ten onrechte niet in aanmerking komen voor het statuut van slachtoffer van mensenhandel.’

In het ‘Jaarverslag Mensenhandel en Mensensmokkel’ stelt het Centrum pistes voor om daar verandering in te brengen. De Witte: ‘Om te beginnen moeten de eenheden van de politie die drugshandel of georganiseerde diefstallen bestrijden, en die niet in mensenhandel gespecialiseerd zijn, minstens op deze problematiek gewezen worden. Dat de verschillende federale politie-eenheden vlot moeten samenwerken – onderling, maar ook met de lokale politie – staat buiten kijf. Van het grootste belang, ten slotte, is dat de parketten de strijd tegen mensenhandel een hoge prioriteit geven. Zij kunnen criminele netwerken ontrafelen, zodat de opdrachtgevers van gedwongen misdrijven mee in beeld verschijnen: daardoor kunnen de daders van die misdrijven als slachtoffer geïdentificeerd worden, waarna ze geholpen kunnen worden.’

Inderdaad, slachtoffers van gedwongen gepleegde misdrijven hebben niet zelden behoefte aan gespecialiseerde hulpverlening. Het jaarverslag geeft onder meer het voorbeeld van mensen die tot drugsfeiten gedwongen werden en zelf verslaafd geraakt zijn, maar ook van de kinderen die rondtrekkende daderbendes vaak inzetten en voor wie stelen de normaalste zaak ter wereld geworden is. ‘Pas als alle betrokken actoren actief meewerken, de gespecialiseerde opvangcentra voor slachtoffers van mensenhandel inbegrepen, kunnen we ook hen succesvol in het slachtofferstatuut laten stappen,’ besluit Jozef De Witte. ‘Alleen door de slachtoffers te herkennen en te erkennen, kunnen we de daders bestrijden.’

Naar de pagina over het ‘Jaarverslag Mensenhandel en Mensensmokkel’.